2026

Laudatio Gershwin Bonevacia

Uitgesproken door Clayde Menso, Algemeen Directeur Internationaal Theater Amsterdam, bij de uitreiking van de Gouden Ganzenveer 2026

 

Met aardse voeten, een blik omhoog

 

Geachte aanwezigen,

 

Soms staat er iemand op van wie je onmiddellijk voelt, hier wordt taal niet alleen gebruikt, hier wordt taal gerevitaliseerd. Teruggehaald uit handen die haar te strak vasthielden. Teruggegeven aan mensen die dachten dat woorden niet voor hen bedoeld waren.

 

Gershwin Bonevacia is zo iemand. Iemand bij wie je graag wilt zijn. Niet alleen als maker, maar ook als mens. Hij luistert, verbindt en creëert. Bij hem is taal geen ornament, maar een thuis. Geen bewijsdrang, maar een uitnodiging. Hij schrijft niet om te imponeren, maar om ruimte te maken. En juist daardoor verandert hij ons denken over wat taal kan zijn.

 

Hij is dichter, performer, schrijver, theatermaker, podcastmaker en musicus. Maar belangrijker dan deze indrukwekkende opsomming is wat al die vormen verbindt. Een radicale overtuiging dat taal van iedereen is. Dat woorden geen privilege zijn, maar een plek waar je mag landen. Ook, of misschien juist, wanneer je vaak bent buitengesloten. Wanneer systemen je hebben verteld dat je tekortschiet. Wanneer letters niet vanzelf meewerken, maar je toch blijft luisteren naar wat ze van je vragen.

 

Hij schrijft niet óver de wereld, maar vanuit haar rafelranden. Vanuit armoede en migratie. Vanuit dyslexie en miskenning. Vanuit het kind dat niet werd gezien als taaldrager, maar zich die taal toch eigen maakte. Koppig, nieuwsgierig, onbevreesd. Gevormd door die achtergrond, laat hij zien dat oorsprong geen beperking is, maar een superkracht.

 

De kleine Gershwin, liefkozend Gush, droomde ervan astronaut te worden. Dat kind loopt als een stille getuige door zijn hele oeuvre. Niet als nostalgie, maar als moreel kompas. Als herinnering aan wat verloren gaat wanneer we kinderen te vroeg vastzetten in categorieën, toetsen en verwachtingen. Gershwin schrijft om dat kind niet kwijt te raken en om ons te vragen welk kind wij onderweg zijn verloren.

 

Gershwin spreekt onmiskenbaar een nieuwe generatie aan. Zijn werk sluit aan bij hun taal en leefwereld, zonder die te versmallen of te vereenvoudigen. Zijn werk opent een universum waarin lezers en luisteraars kunnen rondzwerven. Wie hem op het podium meemaakt, begrijpt waarom zijn optredens zo worden geprezen. Als spoken word-artiest creëert hij met ritme, beelden en cadans een rijk palet aan ervaringen dat tegelijk diep persoonlijk en onmiskenbaar universeel is.

 

Wat zijn werk bijzonder maakt, is hoe kwetsbaarheid productief wordt zonder ooit geëxploiteerd te raken. Zijn poëzie is helder, maar nooit simplistisch. Toegankelijk, maar nooit vrijblijvend. Ze nodigt uit zonder te pleasen. Ze opent zonder te verdoezelen. Gershwin Bonevacia schrijft zinnen die je meteen begrijpt en die je vervolgens niet meer loslaten.

 

“Soms ben ik zo stil dat zelfs mijn gedachten fluisteren.”

 

Regels die je niet overdonderen, maar zachtjes naast je gaan zitten. Omdat hij schrijft over het moment waarop je beseft dat je anders bent gezien dan je jezelf voelde. Over het moment waarop je toch besluit te blijven spreken.

 

Bij Gershwin krijgt angst de vorm van “een jas die groeit terwijl jij krimpt” en liefde kan ineens opduiken als “een straat die jouw naam begint te onthouden.” Hij werd meester over de taal die hem eerst buitensloot, door haar te laten ademen. Door ruimte te laten voor haperingen, stiltes en muziek.

 

Als stadsdichter van Amsterdam gaf hij woorden aan een stad die soms te groot en te snel lijkt om nog naar zichzelf te luisteren. Hij schreef over fietsen die verdwijnen “alsof iemand er vandoor ging met een stukje vertrouwen.” Over lockdownstilte “de stad die haar adem inhield tot zelfs de trams zachter reden.” Over buren die elkaar leerden kennen “in de taal van zwaaien achter glas.”

 

Zo liet hij zien dat een stad niet alleen bestaat uit beton, beleid en beweging, maar ook uit adem, herinnering en hoop. Dat een gemeenschap pas werkelijk van iedereen is wanneer iedereen erin gehoord kan worden.

 

Zijn bundels Ik heb een fiets gekocht, Toen ik klein was, was ik niet bang en De stad is ook van mij vormen samen een groeiend archief van medemenselijkheid. Gedichten die niet op afstand blijven, maar met je meegaan. Naar huis. Naar school. Naar de straat. Ze vragen niet om interpretatie, maar om aanwezigheid. Ze zeggen, je hoeft geen expert te zijn om te worden geraakt.

 

In zijn autobiografische voorstelling Terug naar Prinsenplein maakte hij van het podium een plek van terugkeer. Niet om vals te romantiseren, maar om te begrijpen. Om te laten zien hoe beslissend het is of iemand je als kind aanspreekt als probleem of als belofte.

 

Wat zijn werk extra kracht geeft, is zijn voortdurende gerichtheid op anderen. Als mentor. Als host van The Poetry Class. Als podcastmaker van een serie met schrijvers die hem inspireren. Hij bouwt geen oeuvre tégen de wereld in, maar mét haar. Hij vergroot niet alleen zijn eigen stem, maar versterkt het hele koor. Hij laat zien dat kunstenaarschap ook een vorm van zorg is voor taal, voor mensen, voor wat kwetsbaar is.

 

Zijn talent en veelzijdigheid leidden tot bijzondere projecten. Hij vertaalde prentenboeken van Amanda Gorman, stond in de Ziggo Dome bij de opening van 750 jaar Amsterdam en bracht een shortfilm uit gebaseerd op zijn bundel Toen ik klein was, was ik niet bang. Tegelijk verbreedde hij zijn artistieke taal via muziek, met Gershwin Unplugged en het aankomende album Omhoog.

 

Misschien is dát wel de kern van zijn kunstenaarschap, beweging. Omhoog, maar nooit weg van waar hij vandaan komt.

 

Dat Gershwin Bonevacia vandaag de jongste laureaat is van de Gouden Ganzenveer, is geen toeval. Het is een erkenning van een oeuvre dat stevig staat en zich tegelijk blijft vernieuwen. Van een kunstenaar die ons eraan herinnert dat taal niet alleen beschrijft wie we zijn, maar ons ook een paar centimeter optilt. Net genoeg om een glimp op te vangen van wie we nog kunnen worden.

 

Gershwin, Gush, de opdracht luidt; laat je niet definiëren door de labels die anderen je aanreiken. Blijf, ook zonder astronautenpak, met aardse voeten en een blik omhoog, bovenaardse prestaties leveren.

 

Namens de Academie, en namens iedereen die zich nog niet eerder aangesproken voelde door taal maar zich door jouw werk toch gezien weet, hartelijk dank. En gefeliciteerd met de Gouden Ganzenveer 2026.

Freshbits Internet Communicatie